Bijgewerkt op 29 september 2026 door de redactie van Proposal Expert
Btw erbij of eraf, met de tarieven van Nederland en België
Btw berekenen doe je door een bedrag exclusief btw te vermenigvuldigen met 1,21 of 1,09, en terugrekenen door een bedrag inclusief btw te delen door 1,21 of 1,09. Deze btw calculator doet allebei. Je vult een bedrag in, kiest het tarief en geeft aan of het bedrag inclusief of exclusief btw is. Je ziet dan het bedrag exclusief btw, het btw-bedrag en het totaal, met de tarieven van Nederland (21%, 9% en 0%) of België (21%, 12%, 6% en 0%).
Btw erbij: bedrag excl. btw × 1,21 = bedrag incl. btw. Btw eraf: bedrag incl. btw ÷ 1,21 = bedrag excl. btw. Bij 9% reken je met 1,09.
Het btw-bedrag is het bedrag exclusief btw maal 0,21 of 0,09. Tel je dat erbij op, dan heb je de prijs inclusief btw. Terugrekenen gaat andersom: deel de prijs inclusief btw door 1,21 of 1,09, en het verschil is de btw. De Belastingdienst berekent het btw-deel ook direct met 21/121 of 9/109 van de prijs inclusief btw, en dat komt op hetzelfde uit.
Een webdesigner stuurt een zakelijke klant een offerte van 1.250 euro exclusief btw. Webdesign is niet vrijgesteld en staat niet in de lijsten van het 9%-tarief of het 0%-tarief, dus geldt het algemene tarief van 21%. Je vermenigvuldigt 1.250 euro met 0,21 voor het btw-bedrag en telt dat op bij 1.250 euro voor het totaal inclusief btw. Het btw-bedrag en het totaal staan in de tabel.
| Exclusief btw | € 1.250,00 |
|---|---|
| Btw 21% | € 262,50 |
| Inclusief btw | € 1.512,50 |
Nederland kent een algemeen tarief van 21%, een verlaagd tarief van 9% en een tarief van 0%. De Belastingdienst noemt per tarief deze goederen en diensten:
Volgens de FOD Financiën zijn er in België drie btw-tarieven, elk met een eigen rooster in de btw-aangifte voor uitgaande handelingen. Voor sommige goederen en diensten geldt uitzonderlijk het nultarief. Welk tarief bij welk product of welke dienst hoort, staat in het koninklijk besluit nr. 20. De formule is dezelfde als in Nederland: bij 12% reken je met 1,12 en bij 6% met 1,06.
Deel de prijs inclusief btw door 1,21, of door 1,09 bij het verlaagde tarief. Uit 121 euro inclusief 21% btw komt zo 100 euro exclusief btw en 21 euro btw. Een veelgemaakte fout is 21% van het totaal aftrekken. Dat geeft 121 euro min 25,41 euro, dus 95,59 euro, en dat is 4,41 euro te weinig. De btw wordt namelijk berekend over de vergoeding exclusief btw, niet over het totaal. Zoek je alleen het btw-deel, reken dan zoals de Belastingdienst: 99,95 euro inclusief btw × 21/121 = 17,35 euro btw.
Heeft het btw-bedrag meer dan twee cijfers achter de komma, dan rond je het derde cijfer af op hele centen. Lager dan 5 rond je naar beneden af, 5 of hoger naar boven. Zo wordt 20,124 euro 20,12 euro en wordt 20,125 euro 20,13 euro. Je mag per product of dienst afronden of alleen het totaalbedrag, maar niet beide methodes naast elkaar, en je volgt een vaste lijn. Per regel afronden kan een cent verschil geven met een berekening over het totaal, dus houd in offertes en facturen dezelfde methode aan. In de btw-aangifte rond je af op hele euro's, en dat mag in je eigen voordeel.
Dat hangt af van je klant. De ACM schrijft: "Een verkoopprijs voor consumenten vermeldt u inclusief btw en bijkomende kosten. Dit is verplicht in elk aanbod." Het btw-bedrag hoef je een consument niet apart te noemen. Zakelijke klanten krijgen meestal prijzen exclusief btw, met het btw-bedrag eronder. Een ondernemer met btw-belaste omzet trekt de btw op zijn inkopen en kosten af in zijn btw-aangifte, dus voor hem telt het bedrag exclusief btw. Houd de opbouw gelijk aan je factuur, want daarop moeten het bedrag exclusief btw, het btw-tarief en het btw-bedrag staan. Geldt de verleggingsregeling, bijvoorbeeld bij onderaanneming in de bouw, dan reken je geen btw en zet je "btw verlegd" en het btw-identificatienummer van je klant op de factuur. Meer daarover staat op de pagina over btw verlegd.
Het schilderen van woningen ouder dan 2 jaar valt onder het 9%-tarief. Volgens de Belastingdienst gaat het daarbij ook om de gebruikte materialen, het voorbereiden van het schilderwerk en voorbehandelingen, dus de verf reken je niet apart tegen 21%. Het vervangen van ramen, deuren en kozijnen, het aanbrengen van glas en het herstellen van de ondergrond met nieuwe vervangende delen, zoals houten inzetstukken in kozijnen, vallen wel onder 21%. Is de woning 2 jaar of jonger, dan geldt voor het schilderwerk ook 21%. Maakt het schilderwerk deel uit van een groter aannemingswerk, dan splits je in je offerte en factuur de werkzaamheden met 21% en die met 9%. Zo zet je dat in je offerte:
De laatste stap is de berekende prijs in een offerte zetten. Noem per regel de omschrijving, het aantal, de prijs exclusief btw en het tarief. Zet onder het subtotaal de btw per tarief en daaronder het totaal inclusief btw. In Proposal Expert berekent de prijstabel de btw en de totalen, ook de btw per regel. Met het gratis plan maak je 3 offertes en laat je 3 digitale handtekeningen per maand zetten.
Over 100 euro exclusief btw is de btw 21 euro, en de prijs inclusief btw is 121 euro. Andersom zit er in 100 euro inclusief btw 17,36 euro btw, want 100 ÷ 1,21 is afgerond 82,64 euro exclusief btw.
Deel het bedrag inclusief btw door 1,09. De uitkomst is het bedrag exclusief btw en het verschil is de btw. Uit 109 euro inclusief 9% btw komt zo 100 euro exclusief btw en 9 euro btw. Het btw-deel is ook 9/109 van het bedrag inclusief btw.
In beide gevallen reken je je klant geen btw. Bij 0% mag je de btw die je betaalt over je uitgaven wel aftrekken als voorbelasting. Bij een vrijstelling mag dat niet. Op een factuur met het 0%-tarief noteer je volgens de Belastingdienst 0% btw.
Niet als enige prijs. De ACM schrijft dat een verkoopprijs voor consumenten inclusief btw en bijkomende kosten wordt vermeld, en dat dit verplicht is in elk aanbod. Je mag de opbouw laten zien, met een bedrag exclusief btw en een btw-regel, zolang het totaal inclusief btw duidelijk in de offerte staat.
Voor het schilderen van woningen ouder dan 2 jaar geldt 9%, ook over de gebruikte materialen. Voor een woning van 2 jaar of jonger en voor werk dat te ver van het schilderwerk afstaat, zoals het vervangen van kozijnen, geldt 21%. Isoleren, stukadoren en behangen van woningen ouder dan 2 jaar vallen ook onder 9%.